De Tweede Wereldoorlog in Delft 

Een verhaal van Irene Linssen-Jeidels

"Ik herinner mij een gebeurtenis uit de Hongerwinter waarbij ik erg bang was. Ik was een meisje van zestien jaar oud en had een neef in Dordrecht, David. In december ‘44 nodigde hij mij uit om bij hem aardappelen te komen eten. Mijn ouders waren blij voor mij, eindelijk iets fatsoenlijks te eten. Ik fietste via de Maastunnel naar Dordrecht op mijn meisjesfiets, tezamen met een verpleegster (met zwarte sluier), dit had David zo geregeld.

 

Terwijl ik met mijn fiets op de roltrap van de Maastunnel stond, viel alle elektriciteit uit vanwege een bombardement. De roltrap viel stil en het was aardedonker. Dat was echt een angstige situatie. Stil naast de fiets blijven staan kon niet, dit was gevaarlijk. Je moest je fiets op de roltrap laten staan en zelf naar beneden lopen. Als de roltrap dan weer ging lopen, moest je snel terug naar boven om je fiets te pakken. Anders viel deze onbeheerd naar beneden en was je fiets kapot. Na een uur heen en weer lopen op die roltrap (met de hulp van een Duitse soldaat die medelijden met mij kreeg), konden wij verder. Wij kwamen heelhuids aan in Dordrecht. Achteraf bezien is de reden van deze fietstocht niet het aardappelen eten, omdat ik zo’n honger had. De echte reden was de begeleiding van een koerierster, die veilig naar Dordrecht moet. Het verpleegstersuniform was dus een vermomming. Natuurlijk wist ik dit niet. Hoe minder je wist, hoe minder risico je liep."

Irene in haar jongeren jaren in Delft met een vriendinnetje

Een foto van Irene in de oolog in Delft met een vriendinnetje

Een verhaal van Mies en Ali Warffemius

Mies was 21 toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ze werkte in kapsalon Warffemius in Delft en kreeg daardoor veel verhalen te horen van de klanten die ze onder haar handen kreeg

 

"Ik woonde in de oorlog in de Singelstraat in de Hof van Delft. Dat was destijds nog een aparte gemeente. Voor de oorlog begon Ik was 21 jaar en werkte als kapster in de kapsalon van mijn vader.

In het begin van de oorlog gingen we nog wel dansen met vrienden bij Dansschool Wesseling. Totdat de mannen een voor een werden opgehaald en er geen mannen meer beschikbaar waren. Na een paar jaar konden we daar niet meer dansen.

Ik had verkering met een leuke knul, die ook bij mijn vader in de zaak werkte. Mijn vriend moest het leger in, ik heb hem daarna nooit meer gezien.

Dagboekfragment van Ali Warffemius. De zus van Mies. Zij schreef over haar ervaringen in de oorlog achteraf, in 1946

 

De hele dag vliegen zware bommenwerpers. De radio houdt je op de hoogte. ’s Middags begrepen wij dat het heel erg was. Wij waren aan tafel ongeveer een uur, je hoorde bommen vallen. Wij allen ’n trapkast in, die hadden wij ingericht voor schuilkelder. 
M’n zuster had al eens op de film gezien dat bij bombardementen de trappen meestal bleven staan. Dus maar weer afgewacht. Vader rookte vreselijk veel sigaretten in die dagen. Moeder had zelfs d’r bord eten die kast mee ingenomen! Tja wat je al niet voor raars doet. 
En ’s avonds zeven uur was er dan op de radio gezegd: de Koningin was gevlucht.En wij geloven dat niet!"

Een foto van het dagboek fragment van Ali, de zus van Mies

Het verhaal van Mevrouw Henneveld

Als negenjarige maakte ze het begin van de oorlog mee en zag hoe haar stad Rotterdam gebombardeerd werd.

 

Op zoek naar brandstof

Ik wist een goede plekje bij het spooremplacement, vlakbij stadion Feijenoord. De locomotief gooide daar de as uit van cokes die ze verstookten. Als je goed zocht kon je daar nog brandbare stukjes uit halen. Mijn broer was handig en werkte voor een smid. Hij had een noodkacheltje gemaakt waar we op konden koken en dat voor een beetje warmte zorgde. Maar dan moesten we wel brandstof hebben. 
Ik ging op pad met een zeef, een schop en een zak. Dagenlang zocht ik naar kooltjes. Ik weet nog hoe vreselijk koud ik het had.

Mijn jongere zus wilde heel graag mee en vroeg dat elke dag aan me. Maar de Duitsers hielden regelmatig controles op de spoorbaan. Alleen kon ik beter vluchten. 
De volgende dag besloot ik haar toch mee te nemen en juist toen was er een razzia. Van drie kanten werd de spoorbaan vastgezet door de Duitsers. Samen met nog veel meer mensen werden we opgepakt. Alle mannen werden meegenomen en gelijk op transport gesteld. 
De vrouwen en kinderen werden in het stadion van Feijenoord ondergebracht. We moesten de hele dag schoonmaakwerkzaamheden doen. ’s Avonds vlak voor de spertijd begon, werden we naar huis gestuurd. Ik was twaalf jaar…

 

De aftocht van de Duitsers & bevrijding

Waar ik woonde, was toen het einde van Rotterdam. Die avond kwam mijn moeder ons waarschuwen. We lagen al in bed. Mijn moeder zei: ‘Kom eens kijken!’

Zo zagen we de aftocht van de Duitsers. ’s Avonds laat in het donker. Hele troepen Duitsers die aan de aftocht bezig waren. Heel indrukwekkend.

Ik weet nog hoe verslagen de Duitsers eruit zagen. Een heel groot deel moest ook het leger in en waren als dienstplichtigen opgeroepen. Ik had er medelijden mee. 

Het verhaal van de familie Brückmann

Hendrik Willem Leonardus Brückmann gaf het vak Elektro-techniek op de Technische Hogeschool (de huidige TU Delft) toen de oorlog begon. Hij was toen 55 jaar en woonde met zijn gezin met zeven kinderen op de Voorstraat 19. Tijdens de oorlog gaf hij onderdak aan meerdere Joodse collega’s en hun families. Hij is twee jaar later verraden aan de Duitsers en omgebracht. 
Areta sprak via een vragenlijst op afstand met zijn dochter Elisabeth Andrea Brocades Zaalberg-Bruckman (de umlaut op de u en extra n verdwenen na de oorlog uit de achternaam, omdat het te Duits klonk).

Het verhaal was binnen de huidige omstandigheden te groot om dit jaar te vertellen, maar we delen uit respect iets van haar verhaal op deze plek. Volgende jaar zal dit verhaal alsnog een plek krijgen in de voorstelling.

 

"Mijn vader had een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hij had een groot huis, een groot gezin, een belangrijke baan en toch wilde hij dit doen. Een goed mens zijn, midden in de chaos.

Hij was ook een lieve vader, altijd. Ik zag hem niet zo veel, omdat hij veel werkte en pas laat naar huis kwam. Maar soms gingen we naar de bloemenmarkt, dat vond ik heerlijk!
Hij hield van bloemen en maakte een praatje met de mensen van de stalletjes."

"Ik herinner me nog zo goed dat we bevrijd waren! Iedereen was op straat. We dansten. Op de Markt gingen mijn schoenen kapot. Niemand had meer schoenen, alles was versleten. En we dansten verder op onze blote voeten."

De familie inde achtertuin van Huis de Drie Cimbellen in Delft

Gemeente Delft Logo_RGB.png
De VAK logo wit RGB.png
140217_TD_theater_na_de_dam_beeldmerk_on
F1818_PMS.png
shdj-logo.png
  • White Facebook Icon
  • White Instagram Icon
  • White Twitter Icon
  • White YouTube Icon